De EN 954-1 norm
In de EN 954-1 staan de systeemeisen van het risiconiveau beschreven.
Dit is het risico dat er bij gebruik van een machine gewonden of doden kunnen vallen.
Het risico wordt bepaald door een aantal parameters in te schatten. De combinatie leidt tot een indeling in een bepaalde veiligheidscategorie. Er wordt gekeken naar:
S = mate van verwonding
- S1 = lichte verwonding (omkeerbaar)
- S2 = ernstige verwonding of dood (onomkeerbaar)
F = frequentie van blootstelling
- F1 = zelden tot soms en/of korte blootstellingstijd
- F2 = vaak tot continu en/of lange blootstellingstijd
P = mogelijkheid tot afwenden
- P1 = mogelijk onder bepaalde omstandigheden
- P2 = nauwelijks mogelijk

- Mogelijke categorie met aanvullende maatregelen
- Gewenste categorie
- Hogere categorie dan nodig
EN954
Het risico wordt in vijf categorieën: B, 1, 2, 3 of 4 verdeeld. Elk van de categorieën stelt speciale technische eisen aan de opbouw en uitvoering van het totale veiligheidscircuit.
| Categorie | Eisen aan veiligheidscircuit | Opbouw systeem (architectuur) |
|---|
| B | Gebruik goede componenten | enkelvoudig |
|---|
| 1 | Toepassing veiligheidscomponenten verplicht. 1 fout kan leiden tot verlies veiligheidsfunctie. | enkelvoudig |
|---|
| 2 | Toepassing veiligheidscomponenten verplicht, 1 fout kan leiden tot verlies veiligheidsfunctie, maar moet door automatische test worden gedetecteerd. | enkelvoudig (met automatische tests) |
|---|
| 3 | Toepassing veiligheidscomponenten verplicht; 1 fout kan niet leiden tot verlies veiligheidsfunctie en moet door automatische test worden gedetecteerd. | redundant (met automatische tests) |
|---|
| 4 | Toepassing veiligheidscomponenten verplicht; 1 fout kan niet leiden tot verlies veiligheidsfunctie en moet worden gevonden vóór de volgende aanspraak op de veiligheidsfunctie. Een opeenhoping van fouten mag ook niet leiden tot verlies van de veiligheidsfunctie. | redundant (met automatische tests en tijdige detectie 1e fout) |
|---|
| . |
|---|
Wat betekenen de categorieën:
Categorie B: De componenten die gebruikt worden voor het aansturen van bijv. een motor moeten goedgekeurde componenten zijn. Het is niet verplicht om veiligheidscomponenten te gebruiken!
Categorie 1: Het gebruik van veiligheidscomponenten is verplicht.
Wanneer er een fout ontstaat in de schakeling, kan het zijn dat het veiligheidscomponent niet meer goed functioneert.
Categorie 2: Het gebruik van veiligheidscomponenten is verplicht. Wanneer er een fout ontstaat in de schakeling, kan het zijn dat het veiligheidscomponent niet meer goed functioneert. Er wordt vaak een reset toegepast en een feedbackloop is verplicht.
Categorie 3: Het gebruik van veiligheidscomponenten is verplicht. Motor contactoren worden redundant (dubbel) uitgevoerd. Bij een fout blijft de veiligheidsfunctie goed functioneren. Bij het resetten wordt de fout ontdekt. Een feedbackloop is bij deze categorie verplicht.
Categorie 4: Het gebruik van veiligheidscomponenten is verplicht. Motor contactoren worden redundant (dubbel) uitgevoerd. Bedrading naar veiligheidsschakelaars is ook dubbel uitgevoerd. Bij een fout blijft de veiligheidsfunctie goed functioneren. De fout wordt tijdig gevonden. Een feedbackloop is verplicht.
